Zoals gemeld is de behandeling afhankelijk van het type en de uitgebreidheid van amyloïdose en de ermee samenhangende orgaanschade.
Bij de behandeling
staat het zogeheten “precursor-product” concept centraal. Hierbij is het
idee dat verdere aangroei van de afzettingen van amyloïd tot stilstand komt als
er geen aanvoer meer is van precursor eiwitten. Dus is de behandeling bij het AA
type gericht op het zo laag mogelijk krijgen van de SAA spiegels door het
maximaal bestrijden van de achterliggende chronische ontsteking. Dit kan
bijvoorbeeld door het effectief chirurgisch behandelen van chronische
osteomyelitis, door antibiotica bij tbc en lepra, en door chemotherapie bij M.
Hodgkin. Genezing is niet altijd mogelijk, maar effectieve onderdrukking van
ontsteking (en daarmee de SAA spiegels in het bloed) moet worden nagestreefd bij
ontstekingsprocessen zoals reumatoïde artritis en M. Crohn. Hiervoor kunnen
cytostatica ingezet worden (zoals methotrexaat, azathioprine, cyclofosfamide of
chlorambucil), maar ook TNF remmers (zoals infliximab of etanercept). Bij TRAPS
(TNF Receptor Associated Periodic Syndrome) is etanercept een logische
behandeling gezien de gestoorde functie van de TNF receptor. Colchicine heeft
een plaats bij FMF, niet alleen als therapie van de aanvallen, maar ook als
preventie voor het ontstaan van amyloïd. Bij het AL type is de behandeling
gericht op het d.m.v. chemotherapie tot verdwijning brengen van de
achterliggende plasmacel dyscrasie, waarbij tegenwoordig in goed geselecteerde
patiënten stamceltransplantatie overwogen wordt. Bij het erfelijke ATTR type
dient levertransplantatie te worden overwogen om zo de bron van het gemuteerde
transthyretine te vervangen.
Naast de
behandeling die gericht is op het achterliggende proces is het natuurlijk ook
nodig ondersteunende behandeling te bieden voor de orgaanfunctiestoornissen die
ontstaan zijn door de afzetting van het amyloïd. Dit varieert nogal, zoals
behandeling van rechtsdecompensatie (cave te rigoureuze ondervulling door
diuretica bij deze “inflow” problemen), voorzichtigheid met digoxine en
Calcium antagonisten (door verhoogde binding aan het amyloid in het hart) en
voorzichtigheid met cisapride bij motiliteitsproblemen van de darm (kans op
“torsade des pointes”). Maar ook behandeling van nefrotisch syndroom met
zoutbeperking, voorzichtig gebruik van diuretica en eventuele ACE remmers of
NSAID’s. Bij orthostatische hypotensie kan naast fludrocortisone ook soms
erythropoietine nuttig zijn. Voorzichtigheid is geboden met middelen zoals
amitryptilline bij neuropathische pijnen gezien de mogelijke effecten op ritme
en tensie. Goede voeding is nodig bij gestoorde resorptie en andere
gastrointestinale problemen (waaronder intestinale pseudo-obstructie).