Typering

 

Klinische inschatting van het type amyloïd

Na bevestiging van de aanwezigheid van amyloïd in weefsel moet typering volgen. In veel gevallen kan op grond van voorgeschiedenis, klachten en klinisch beeld al een goede inschatting worden gemaakt van het type amyloïd. Een patiënt met lang bestaande reumatoïde artritis en een nefrotisch syndroom heeft zo goed als zeker het AA-type. Iemand met polyneuropathie die behoort tot een familie met erfelijk amyloïd zal hoogstwaarschijnlijk het ATTR type hebben. En bij een patiënt met de karakteristieke "shoulder pads" en een sterk vergrote tong staat het AL type bovenaan. Maar ook al is typering klinisch aannemelijk gemaakt, toch is een nadere bevestiging noodzakelijk voor het verdere beleid. De wijze van behandeling van de verschillende systemische typen loopt namelijk sterk uiteen.

 

Typering

Immunohistologisch onderzoek van het biopt biedt de mogelijkheid om het type amyloïd via specifiek gerichte antilichamen nader te karakteriseren. Bij AA amyloïdose is dit onderzoek toereikend voor de typering, mits hiervoor sensitieve en specifieke monoklonale antilichamen worden gebruikt. Echter bij AL en ATTR amyloïdose schiet deze methode tekort omdat de gebruikte antilichamen minder specifiek zijn en de antigene herkenbaarheid van het precursor eiwit binnen de amyloïd afzettingen verminderd is. De klinische presentatie van beide laatste typen kan volledig overlappen, zoals bij polyneuropathie, autonome neuropathie, cardiomyopathie en carpale tunnel syndroom (CTS). Ook het ontbreken van een familiair voorkomen van amyloïd sluit een ATTR amyloïdose geenszins uit gezien het grote aantal “sporadische” gevallen dat beschreven is. Daarom dient bij ATTR amyloïdose de aanwezigheid van een mutatie (via DNA analyse) te worden bevestigd. Bij AL amyloïdose dient een monoklonale plasmaceldyscrasie te worden aangetoond in het beenmerg (via immunofenotypering) of de monoklonale producten ervan (vrije kappa of lambda lichte ketens) door immunofixatie van bloed of geconcentreerde urine of via de recent beschreven free light chain test. Voor de volledigheid is het illustratief (maar weer niet bewijzend) om bij AA amyloïdose verhoogde acute fase eiwitten (zoals CRP en het precursor eiwit SAA) en bij ATTR amyloïdose het gemuteerde TTR (m.b.v. isoelectrische focusering) in het bloed terug te vinden.

Eventueel kan in ingewikkelde situaties waarin nadere typering van het amyloïd niet goed lukt nader overleg plaatsvinden met gespecialiseerde instituten in het buitenland.

 

horizontal rule

 

Publicaties van onze groep:

 

Janssen S, Elema JD, van Rijswijk MH, Limburg PC, Meijer S, Mandema E. Classification of amyloidosis: immunohistochemistry versus the potassium permanganate method in differentiating AA from AL amyloidosis. Appl Pathol 1985; 3(1-2):29-38

van Rijswijk MH, van Heusden CW. The potassium permanganate method. A reliable method for differentiating amyloid AA from other forms of amyloid in routine laboratory practice. Am J Pathol 1979; 97(1):43-58