Download hier de instructie video(ongeveer 15 MB), en benut de PDF versie (zie onder) voor meer details.
Download hier de pdf file (grootte circa 430 kB). Voor het lezen is wel Adobe Acrobat Reader nodig. Die kan indien nodig eerst worden gedownload van de Adobe website en geïnstalleerd
| Procedure (uitvoering) | |
| Maken van glaasjes | |
| Congo rood kleuring en beoordeling | |
| Amyloid A eiwit, voorbereiding | |
| Amyloid A eiwit bepaling | |
| Literatuur |
De buikvet aspiratie is een simpele procedure die gemakkelijk poliklinisch uitgevoerd kan worden (1). Het is belangrijk te realiseren dat het minimaal 10 - 15 minuten kost om de procedure goed uit te voeren zonder nodeloos pijn of bloedingen te veroorzaken en om voldoende materiaal te verkrijgen. De patiënt mag niet bekend zijn met een allergie voor lidocaïne en dient voorafgaande aan de procedure te horen dat een blauwe plek een mogelijk gevolg kan zijn.
|
Spullen |
Mee nemen |
Markeren (1) |
Markeren (2) |
Chloorhexidine oplossing voor het schoonmaken van de huid, een 5 ml spuit verbonden met een 22 Gauge naald voor lidocaïne anaesthesie, twee 10 ml spuiten die via een kraantje/klepsysteem verbonden zijn met 16 Gauge naalden voor vetaspiratie, pleisters, gaasjes en handschoenen.
Een spuit van 10 ml wordt via een klepsysteem verbonden met een naald van 16 Gauge. Na sluiting van de klep wordt de zuiger naar buiten getrokken, met twee vingers vastgeklemd en het hulsje van de verdovingsnaald hergebruikt door het elegant ondersteboven te plaatsen tussen zuiger en spuit ("Tarek's truc") om zo de stand van de zuiger te fixeren en onderdruk in de spuit te houden tijdens aspiratie. De huid van de patiënt wordt gemarkeerd en schoongemaakt (met chloorhexidine) aan beide zijden van de navel op circa 7-10 cm afstand. Huid en onderhuids weefsel (drie richtingen, zie onder) worden verdoofd met lidocaïne (elke kant 2 ml=20 mg). Verifieer eerst dat de patiënt niet allergisch is voor lidocaïne. Als de naald onder de huid is kan de klep worden geopend om te beginnen met de aspiratie van vetweefsel.
De naald kan gericht worden in een drietal richtingen (NO, O en ZO) aan de linker kant van de buik en spiegelbeeldig aan de andere kant. Het opzuigen dient rustig en voorzichtig plaats te vinden in alle drie de richtingen in een heen en weer gaande beweging, waarbij eventueel de naald iets gedraaid kan worden (“licht wrikkend”), waarbij de naald als een hol mes aangezogen vetweefsel lossnijdt van de omgeving. Het is goed te bedenken dat er enige tijd verloopt voordat de naald zich heeft gevuld met vetweefsel en het eerste vet zichtbaar wordt in de top van de spuit. Na beëindiging van de procedure de prikplaats even afdrukken en met een pleister afdekken. Het doel van de procedure is om voldoende materiaal te verkrijgen voor microscopische analyse (30 mg) en verder minimaal 30 mg vetweefsel voor immunochemische kwantificering van SAP en de specifieke amyloïd eiwitten. Aspiratie kan aan beide zijden van de navel worden uitgevoerd om zo de minimaal benodigde 60 mg vetweefsel te verkrijgen.
Desinfectie |
Lidocaïne (1) |
Lidocaïne (2) |
16 G naald |
|
Negatieve druk |
Een hulsje voor... |
... het gemak |
Simpel |
Vet in citraat |
Zonder citraat |
Pleister |
Eindresultaat |
![]() |
![]() |
||
| 50 mg in spuit | 50 mg vetweefsel |
Als je klaar bent en voldoende vetweefsel hebt verkregen is de gemakkelijkste oplossing: Sluit de spuiten goed af, stuur ze naar Groningen voor analyse bij kamertemperatuur; zie adres beneden.
Nadat de zuiger uit de spuit is getrokken, kan vetweefsel worden verzameld uit de spuit op een leeg glaasje om vet te scheiden van verontreiniging met bloed. Minimaal vier zichtbare klontjes vetweefsel (geen vetdruppels!) dienen op elk van drie glaasjes gebracht te worden (bij voorkeur die met een matglas zijkant waardoor ze makkelijk met een potlood beschreven kunnen worden) en geplet tot een dun laagje door een schoon tweede glaasje er kruiselings op vast te drukken (goed in het midden van beide glaasjes drukken, anders heb je de kans dat een van de glaasjes breekt en jezelf ermee verwondt). De hierdoor ontstane zes glaasjes moeten drogen in de lucht bij kamertemperatuur gedurende minimaal een uur en vervolgens gedurende 10 minuten gefixeerd met aceton. De glaasjes dienen gemarkeerd te worden voor identificatie. De glaasjes kunnen bij kamertemperatuur worden opgeslagen tot ze (verzonden worden naar een centrum voor diagnostiek zodat ze daar) gekleurd worden met Congo rood en verdere analyse indien er amyloïd aanwezig blijkt te zijn. Vetweefsel mag niet worden bevroren voordat glaasjes zijn gemaakt en gekleurd met Congo rood: het vriezen van vers en ongefixeerd weefsel tast de kwaliteit van het weefsel aan..
|
een klontje |
op het glaasje |
4 klontjes/glas |
Haaks |
Vet pletten |
Geplet vet |
Scheiden |
Naar 't lab |
Kleuren met alkaline Congo rood dient gedaan te worden met de klassieke methode volgens Puchtler (2). De affiniteit van het weefsel voor Congo rood wordt geanalyseerd door te kijken naar de appelgroene dubbelbreking in gepolariseerd licht, waarbij wel gebruik gemaakt moet worden van een goede microscoop. Op onze afdeling gebruiken we de Olympus BX 50 microscope, met een flink sterke lamp van 100 Watt. De beoordeling vindt geblindeerd voor de klinische gegevens plaats op semi-kwantitatieve wijze: geen groene dubbelbreking is 0, minimaal (<1% v/h oppervlak) is 1+, gering (1-10%) is 2+, veel (10-60%) is 3+ en overvloedig overal (>60%) is 4+.
Microscopie |
Hieronder een voorbeeld van de Congo rood kleuring van een zuigbiopsie (aspiratie) van vetweefsel. Dit weefsel is poliklinisch afgenomen onder plaatselijke verdoving, iets naast de navel en vlak onder de buikhuid.
|
|
|
Gewoon licht |
Gepolariseerd licht |
Zoals zichtbaar in de bovenstaande figuren is het amyloïd in het vetweefsel herkenbaar als rood gekleurde afzettingen tussen de normale, iets blauw gekleurde architectuur van vetweefsel. Wanneer het bekeken wordt in gepolariseerd licht blijkt het rode gebied veranderd te zijn in groen, hetgeen kenmerkend is voor amyloïd.
Het overgebleven vetweefsel kan worden bewaard in een 2 ml Eppendorf cup (bij –20 C of –80C) tot transport (bij kamertemperatuur bij voorkeur binnen drie dagen en uiterlijk binnen een week) naar ons laboratorium in Groningen (zie voor het adres verderop in de tekst).
Vet voor extractie |
Plate |
ELISA procedure |
Software |
Voor kwantificering wordt het gewicht van het weefsel bepaald (het zogeheten nat gewicht). Daarna wordt het drie keer gewassen in een Tris buffer met calcium om mogelijk nog aanwezige bloedresten te verwijderen. Vervolgens wordt SAP geëxtraheerd via incubatie in een Tris buffer met EDTA en de SAP concentratie kan gemeten worden m.b.v. ELISA. Daarna wordt het gewassen vetweefsel geëxtraheerd in een oplossing van Tris en guanidine, gecentrifugeerd en het supernatant van het vetweefselextract wordt verzameld. De totale eiwitconcentratie en amyloid A eiwit concentratie wordt gemeten m.b.v. ELISA zoals beschreven (3-5). Nederlandse referentiewaarden van patienten zonder AA amyloïdose: < 12 ng/mg vetweefsel of < 1.3 µg/mg eiwit. TTR en immunoglobuline kappa and lambda lichte keten concentraties kunnen ook worden gemeten via ELISA, Western blot of Nephelometrische methoden.
1.
Westermark P. Diagnosis and
characterization of systemic amyloidosis by biopsy of subcutaneous abdominal fat
tissue. Internal Medicine Specialist 1984;5:154-60.
2. Puchtler H, Sweat F, Levine M. On the binding of Congo red by amyloid. J Histochem Cytochem 1962;10:355-63.